Dat lawaai en geluid de gezondheid benadelen is EEN. Dat de overheid zijn burgers maar matig beschermt tegen die ziekmakers is twee.
Als onderzoek uitwijst dat iets wat ongezond en onplezierig steeds verder om zich heen grijpt en veel slachtoffers maakt, waarom wordt daar dan door de overheid weinig grens aan gesteld? Zijn rust, stilte, leefbaarheid en gezondheid niet belangrijk genoeg? Nog merkwaardiger wordt het als we ons realiseren dat de openbare ruimte, de ‘open lucht’, ‘buiten’ van IEDEREEN is. Of dat nu een winkelcentrum, een tuin, een natuurgebied of een park, een buurt is. Geluid houdt zich net als stank, licht en rook niet aan grenzen. En waar een overmaat aan stank of rook al snel op zware protesten stuit, lijkt het wel of geluid sluipenderwijs norm is geworden.
Geluidsgezondheidsbescherming valt onder ‘volksgezondheid.’ Aan onze grondwet is te zien dat veel basisbehoeften van mens en dier eigenlijk maar weinig prioriteit hebben. Het komt bvb. pas in artikel 22 aan de orde. Verder staat er ook niet dat basisbehoeften als gezondheid GEWAARBORGD zijn, maar slechts dat de overheid dat moet ‘bevorderen’ en ‘maatregelen moet treffen.’ Tenslotte zien we dit soort basale basisbehoeften in maar wat bij elkaar gepropt zijn in een 1 artikeltje. Het gaat nota bene om primaire levensbehoeften! De burger die een gezonde leefomgeving en/of privacy bij de rechter af wil dwingen kan bij dit soort vaagheden uiteindelijk bijna nergens op teruggrijpen. Nog los van het feit dat ‘lagere’ wetgeving of beleid dermate versnipperd en ingewikkeld is dat dat gewone burger er vaak niets van begrijpen kan.
Wanneer geluid lawaai en herrie wordt is ook nog niet zo gemakkelijk. Maar een ding staat vast: als we rust en stilte niet actief en bewust beschermen zullen rustgebieden, rustmomenten en rustplekken verdwijnen. Met alle gevolgen van dien.
In de Nederlandse wetgeving wordt ‘stilte’ nogal vaag omschreven als ‘de afwezigheid van storende geluiden.’ Dat geeft allerlei partijen de gelegenheid om, al naar gelang hun eigen particuliere belangen, hun eigen norm voor geluidsvervuiling te bepalen. Meestal trekt het doorsnee publiek dan aan het kortste eind.
Samengevat: noch de overheid, noch de grondwet beschermen de bevolking genoeg tegen lawaai- en geluidsschade. Dat heel veel mensen met hun gezondheid en leefbaarheid de prijs betalen voor de voordelen die anderen hebben van geluid- en lawaaiproductie neemt de overheid voor lief.